meester Henk meer voor kinderen
 
(Advertentie)
(Advertentie)
  • de herfst begint op 21 september
  • en dat'ie eindigt op 20 december
  • dit afgesproken data zijn
  • in het echt er een of twee dagen verschil in kan zitten
  • dit te maken heeft met de stand van de zon
  • deze nu (denkbeeldig) van de evenaar naar de steenbokskeerking loopt.
  • deze lijnen ook denkbeeldig zijn
  • maar je ze wel op een aardrijkskundige kaart kunt zien
  • je dat maar eens op moet zoeken
  • de meteorologische herfst al op 1 september ingaat
  • je (vroeger) in dit jaargetijde de "zomergasten"  zag vertrekken
  • dit geen mensen, maar vogels zijn
  • ze ook bekend staan onder de term "trekvogels"
  • die naar warmere streken trekken
  • niet omdat ze het koud hebben, maar omdat hun eten dan hier niet meer te vinden is
  • dit ook het seizoen van de spinnen en paddenstoelen is
  • spinnen er altijd wel zijn, maar nu kun je hun webben zo mooi zien als de dauw er op ligt
  • het voor het verkeer een gevaarlijk seizoen is
  • dat te maken heeft met een laag staande zon (verblinding) en vaak mist
  • mist vooral 's morgens en 's avonds is
  • dit met de vocht in de lucht en de (lage) temperatuur te maken heeft
  • je maar eens verder moet kijken of daarover iets te vinden is op internet
  • oktober: van octo 'acht'.

    november: van novem 'negen'.

    december: van decem 'tien'.

     

De vogeltrek

Vroeger wist men niets over de vogeltrek. Men dacht tot 1899 dat vogels in de winter gewoonweg ‘verdwenen’ door zich te verschansen in holen. Pas toen de Deen Mortensen een vogel ringde en volgde ontdekte men dat vogels niet verdwenen, maar met de noorderzon vertrokken. Vanaf dat moment is men de wereldwijde vogeltrek gaan onderzoeken. Jaarlijks worden wereldwijd honderdduizenden vogels geringd. Men weet nu wel veel over de trekroutes en verblijfsgebieden. Maar over hoe de vogels weten wanneer de trek begint weten onderzoekers bijzonder weinig.  Ze vermoeden dat het te maken heeft met hormonen die in een bepaald seizoen een bepaalde stof afgeven. Deze stoffen zorgen er voor dat vogels afstanden van duizenden kilometers afleggen.

Wintergasten

Wintergasten zijn vogels die in de winter naar ons land toekomen om te overwinteren. De koolmees en de noordse stormvogel, maar ook de gaai en de pimpelmees zijn wintervogels. Deze vogels leven vooral van insecten die leven onder afgevallen bladeren in de tuin of het bos. Ze komen naar ons land omdat het in het noorden te koud voor ze is geworden. Ze overwinteren in ons land om in het voorjaar weer terug te vliegen naar het noorden. Daar gaan ze in het voorjaar broeden.

Zomergasten

Zomergasten komen in de zomer vanuit het zuiden om in ons land te broeden. Enkele zijn de Kwartelkoning, de Wielewaal en Bosrietzanger. Aan het begin van de winter verlaten ze ons land omdat het dan te koud wordt.

(Advertentie)
(Advertentie)
slecht zicht door regen, sneeuw of mist
slipgevaar (o.a. door natte bladeren of modder)
waarom laten bomen hun bladeren vallen