meester Henk meer voor kinderen
 
(Advertentie)
(Advertentie)

Als je bij een presentatie over een onderwerp vertelt, kun je gebruik maken van beeldmateriaal  :

 

  • een foot, tekening of film
  • een tabel of een grafiek
  • een voorwerp
  • een proefje

 

Als je over een onderwerp vertelt, maak je gebruik van een plan van aanpak . Hierin staat :

 

  • het onderwerp dat je kiest
  • het beeldmateriaal dat je kiest
  • waar je het neeldmateriaal vandaan haalt
  • wat je gaat vertellen over het beeldmateriaal

Noteer ook wat jet eerst vertelst en wat daarna.

 

Een goed hulpmiddel daarbij is een mindmap

Een werkstuk begint met een inleiding . in de inleiding

 

  • noem je het onderwerp
  • zeg je kort wat je over het onderwerp gaat vertellen
  • probeer je de lezer nieuwsgierig te maken

 

In de inleiding kun je ook vertellen waarom je het onderwerp gekozen hebt. Je schrijft de inleiding pas achteraf , dus als je het werkstuk al helemaal geschreven hebt !

Als je bij een spreekbeurt over een onderwerp vertelt, kun je gebuik maken van beeldmateriaal.

Bijvoorbeeld :

  • een foto, tekening of film
  • tabel of grafiek
  • een voorwerp
  • een proefje
  • powerpoint presentatie

 

Niet elk beeldmateriaal is geschikt. Daarom maak je een keuze. Je stelt de volgende vragen :

  • Past het goed bij het onderwerp ?
  • past het goed bij wat ik wil vertellen over het onderwerp ?
  • is het voor de luisteraar goed te zien ?
  • is het voor de luisteraar interessant om te zien ?
  • hoe kan ik eraan komen ?
  • kan ik het meenemen ?

Als je een werkstuk maakt, is de tekst belangrijk. Maar het is ook belangrijk hoe je werkstuk er uit ziet. Dat heet  de lay-out.

 

Bij de lay-out let je op

 

  • de plaats van de tekst en illustraties
  • het soort letters dat je gebruikt (kleur, grootte, leesbaarheid)
  • de plaats van de bladzijdenummers
  • voldoende ruimte om je tekst en illustraties heen.
(Advertentie)

De betekenis van een woord kun je soms afleiden :

  • uit een foto of tekening, die bij de tekst staat
  • ook het bijschrift, dat er bij staat, kan je helpen !

 

Aan het einde van blok 2 moet je minimaal de betekenis van de volgende woorden en uitdrukkingen kennen:

  • band (muziek)
  • blad (tijdschrift)
  • aanvang
  • leeszaal
  • lidmaatschapskaart
  • emigratie
  • recreatiezaal
  • bordes
  • bij machte zijn
  • buiten adem zijn
(Advertentie)
  • gewelf
  • cardioloog
  • voortplanting
  • geslacht
  • balanceren
  • scholier
  • snellen
  • hartfilmpje
  • röntgenfoto
  • sprenkelen
  • rouwen
  • actievoeren
  • de dageraad
  • vernemen
  • beurtelings
  • een afkeer (hebben van)
  • kuieren
  • in rep en roer zijn
  • er uitzien om door een ringetje te halen
  • knisperen
  • rampzalig
  • vakbekwaam
(Advertentie)
(Advertentie)

Bezittelijke voornaamwoorden zijn woorden die iets zeggen van een zelfstandig naamwoord. Ze zeggen namelijk van wie iets is. De bezittelijke voornaamwoorden zijn :

 

  • mijn
  • jouw (let op de "w" !)
  • zijn
  • haar
  • uw  (let op de "w" !) 
  • ons
  • onze
  • jullie
  • hun

Een persoonlijk voornaamwoord  verwijst naar een mens, dier of ding.

 

Bijvoorbeeld : Jan geeft Piet een cadeau. Hij (Jan) geeft hem (Piet) een mooi boek.

 

Er is een beperkt aantal  persoonlijke voornaamwoorden. Te weten :

  • ik, me, mij
  • jij, je, jou
  • hij, hem
  • zij, ze, haar
  • het
  • wij, we, ons
  • jullie, u
  • zij, hun, hen

 

PAS OP !!

het kan ook een lidwoord zijn. Dit zie je in de zin.

jou en zijn persoonlijke voornaamwoorden


jouw
en uw zijn bezittelijke voornaamwoorden

 

(Advertentie)

zoals je al (lang) weet geven zelfstandige naamwoorden de naam van een mens, dier,plant of ding.

 

Hier volgen nog wat toevoegingen :

  • de meeste zelfstandige naamwoorden kun je in het  meervoud  zetten. Soms zijn er twee manieren om het meervoud te maken.
  • soms zijn  er mannelijke  en  vrouwelijke namen. Bijvoorbeeld: boer en boerin of baas  en bazin.

Vragende voornaamwoorden vragen naar een (soort) persoon, dier, ding of begrip.

Het zijn :

 

  • wie
  • wat
  • welke
  • wat voor (een)

 

Niet alle vraagwoorden zijn dus vragende voornaamwoorden !!!!!!!